A- A A+

Wij onderschrijven de gedragscode van de Health On the Net Foundation

ET is een bloedziekte met een goede tot normale levensverwachting mits de ziekte goed wordt behandeld. De behandelend arts of specialist heeft een totaaloverzicht van de patiënt en zijn persoonlijke situatie en zal daarop zijn behandeling afstemmen.  
De behandeling van ET is vooral gericht op het voorkomen van trombose en bloedingen. Voor de behandeling van ET deelt men de patiënten in risicogroepen in, waarbij onder andere rekening wordt gehouden met cardiovasculaire risicofactoren (zoals bloeddruk, diabetes, roken, etc.). Als er weinig risicofactoren aanwezig zijn, is vaak een behandeling met carbasalaatcalcium (Ascal®) of acetylsalicylzuur (Aspirine®) en aderlaten voldoende om trombose te voorkomen. Als er een hoger risico aanwezig is, wordt een behandeling met celgroeiremmende middelen (hydroxycarbamide (Hydrea®), interferon-α (Pegasys®, PegIntron®), anagrelide (Xagrid®)), overwogen. 

Lees meer over specifieke medicijnen en behandelingen


Bron: Richtlijn Essentiële Trombocytopenie van de Nederlandse Vereniging voor Hematologie (link)

Bij een deel van de ET-patiënten wordt de ziekte bij toeval ontdekt door een routineonderzoek. Dan hebben zij meestal nog geen symptomen. Als er wel symptomen optreden, zijn vermoeidheid en migraineachtige hoofdpijn vaak de eerste klachten waarmee het merendeel van de patiënten naar de huisarts gaat.

Afhankelijk van het stadium van de ziekte kunnen de volgende symptomen optreden:

  • Vermoeidheid
  • Hoofdpijn
  • Concentratiestoornissen
  • Jeuk
  • Trombose
  • Verhoogde bloedingsneiging (bloedingen en/of blauwe plekken)
  • Tintelingen in handen en/of voeten
  • Blauwverkleuringen (cyanose) van handen en/of voeten
  • TIA’s
  • Nachtzweten
  • Visuele stoornissen
  • Botpijn
  • Oorsuizen
  • Vergrote milt 
  • Hartaanval (zeldzaam)
  • Hersenbloeding (zeldzaam)

 

Bronnen:
Mesa, R.A. et al. Cancer 109, 68-76 (2007)
Enquête MPN Stichting, resultaten gepubliceerd in Pur Sang 7-1, 12-15 (2010)

Om de diagnose ET te kunnen stellen, worden de volgende onderzoeken gedaan:

  • Zorgvuldige registratie van klachten en symptomen
  • Lichamelijk onderzoek en inspectie van de huid
  • Bloedafname uit de ader in de elleboogholte voor gericht laboratoriumonderzoek
  • Beenmergpunctie onder plaatselijke verdoving uit de bekkenkam
  • Beenmergbiopt uit de bekkenkam

 Lees meer over beenmergpuncties en beenmergbiopten

Het bloed en het beenmerg worden vervolgens onderzocht in het laboratorium. Daar tellen ze hoeveel cellen er van ieder celtype in het bloed en beenmerg aanwezig zijn. Ook wordt gekeken naar genetische afwijkingen van de cellen, zogenaamd cytogenetisch en moleculair biologisch onderzoek.

Bij ongeveer 50% van de ET-patiënten is de JAK2-mutatie aanwezig te zijn. Daarom is onderzoek naar de JAK2-mutatie een vast onderdeel van de ET-diagnostiek. Bovendien is het sinds 2014 ook mogelijk om te testen op de aanwezigheid van de CALR mutatie als de JAK2 mutatie niet wordt gevonden.

 

Bron: Richtlijn Essentiele Trombocythemie 2011, Nederlandse Vereniging voor Hematologie (link

Bij essentiële trombocytemie (ET) vindt er een woekering plaats in het beenmerg, van voornamelijk megakaryocyten, dat zorgt voor te veel bloedplaatjes (trombocyten) in het bloed. Hierdoor kunnen in meer of mindere mate stoornissen in de bloedsomloop ontstaan, die kunnen leiden tot stolselvorming (trombose). Echter, bij een sterk verhoogd aantal bloedplaatjes kunnen juist ook weer bloedingen voorkomen.

ET is een zeldzame bloedziekte en komt naar schatting voor bij ongeveer 1,5 tot 2,5 per 100.000 mensen. ET  komt meer voor bij oudere patiënten, maar ook jongere mensen kunnen deze ziekte krijgen. De gemiddelde leeftijd bij diagnose is ongeveer 60 jaar. Ongeveer 20% van de patiënten is jonger dan 40 jaar.

Klik hier voor diagnose ET

Klik hier voor symptomen ET 

Klik hier voor behandeling ET

Ga naar boven